Bouwsteen
7
Handreiking living labs sport en bewegen
Zorg voor inbedding in het onderwijs
Studenten van mbo- en hbo-opleidingen hebben vaak een belangrijke rol in living labs. Zij kunnen goed meebewegen met de actuele, soms onverwachte behoeften in een wijk. Soms zijn ze zelf geworteld in de buurt of kennen specifieke groepen inwoners goed. Zo ontsluiten zij netwerken die anderen nogal eens als ‘moeilijk bereikbaar’ ervaren.
Verschillende perspectieven
Binnen een living lab kan een krachtige verbinding tussen beleid en praktijk ontstaan door mbo- en hbo-studenten in te zetten. En dan niet alleen de sportopleidingen, maar ook die voor beroepen in met name zorg, onderwijs & kinderopvang en het sociaal domein. De aanpak van complexe maatschappelijke opgaven vraagt om een integrale benadering, waarbij je een probleem vanuit verschillende perspectieven bekijkt. Deze werkwijze is ook gebaat bij het koppelen van de meer analytische denkkracht in het hbo aan de sterke praktische realisatiekracht van het mbo. Zo kunnen innovatieve ideeën nog sneller daadwerkelijk worden uitgevoerd. Living labs zijn een broedplaats voor innovatie en praktijkgericht leren. Studenten krijgen er niet alleen onderwijs, maar worden ook uitgedaagd om creatieve oplossingen te vinden voor actuele vraagstukken.
Dynamische wisselwerking
Voor een goede aansluiting tussen dit praktijkgerichte leren en de actuele kwesties die lokaal spelen, is een tussenschakel nodig. In living labs zijn ervaringen opgedaan met een makelaarsrol (zie de Walk&Talk bij deze Bouwsteen) om vraagstukken uit de lokale praktijk op te halen en deze te vertalen naar het onderwijs. Andersom werkt het ook, door nieuwe inzichten vanuit studententeams direct terug te koppelen naar de samenwerkingspartners in een lab. Hierdoor ontstaat een dynamische wisselwerking die de maatschappelijke impact van het labwerk versnelt.

Jeroen Cornet
Docentonderzoeker practoraat Zelfregie positieve gezondheid,
ROC Aventus
‘We wilden beweegactiviteiten opzetten, met onze vrouwelijke mbo-studenten als rolmodel. Zo bereikten we inderdaad meer meiden, maar niet per se voor het bewegen. Met elkaar kletsen, daarvoor komen ze graag naar het lab. Het is nu een vertrouwde setting waar je kunt vertellen waar je mee zit. Voor de studenten is het intussen prachtig dat ze al zo jong in hun opleiding tot sociaal werker of sport- en beweegcoördinator deze veiligheid kunnen creëren. Daar zijn ze terecht erg trots op.’
Lees het hele interview met Jeroen
Waardevol lokaal netwerk
Een andere rol in de verbinding met het onderwijs is die van de wijkdocent. Deze zorgt ervoor dat het living lab de juiste expertise koppelt aan het specifieke vraagstuk dat er speelt. Wanneer wijkdocenten net als sommige studenten wortels hebben in de betreffende buurt of wijk, kunnen zij vanuit een intrinsieke motivatie werken aan de verbetering van wat ook hun eigen leefomgeving is. Daarbij brengen zij een waardevol lokaal netwerk mee, waardoor de drempel tussen bewoners, ondernemers en overheid lager wordt en het makkelijker is resultaten duurzaam in de gemeenschap te borgen.
‘Studenten zijn regelmatig in gesprek gegaan met mensen in de wijk, bijvoorbeeld tijdens een lunch. De ideeën werkten zij vervolgens uit, waarbij hbo-studenten van de minor Fit for Life van Saxion meer een organiserende taak hadden en mbo-studenten Sport en Bewegen van het ROC zich vooral op de uitvoering richtten. Een echte co-creatie dus. De studenten van beide scholen werken gelijkwaardig mee in het living lab, bijvoorbeeld als buddy of in de ondersteuning van buurtsportcoaches.’
Lysbeth de Vries, labcoach in Hengelo en wijkdocent van het ROC van Twente
Studenten zijn gelijkwaardig
Heel belangrijk is het om studenten niet te zien als ‘extra handjes’ in de uitvoering. Uiteraard dragen zij ook concreet bij aan activiteiten, maar hun positie binnen een living lab moet steeds gelijkwaardig zijn. Studenten dreigen soms in een ondergeschikte rol te komen in labs, namelijk als junior-teamleden die vooral nog veel moeten leren op het gebied van beroepscompetenties. Terwijl hun bijdrage aan de aanpak van complexe vraagstukken veel dieper kan zijn. Spreek dus zeker ook hun zogeheten soft skills aan, zoals analytisch denken, samenwerken, leiding nemen, interprofessioneel communiceren et cetera. In hun toekomstige beroepspraktijk hebben ze deze vaardigheden ook hard nodig.

Berry van Holland
Docentonderzoeker, HAN Praktijkgerichte Sportwetenschappen
‘Vanuit het living lab ontwikkelden we een scholing om beweegprofessionals te leren hoe ze een beweegclub opzetten. Die zijn er inmiddels in alle twaalf Drentse gemeenten. Ook is er een train-de-trainer-module ontwikkeld voor buurtsportcoaches, zodat zij anderen kunnen opleiden voor deze rol. De Landelijke Academie Buurtsportcoaches is inmiddels geïnteresseerd in de beweegclub-scholing. Wat begonnen is als een afstudeerproject, is uitgegroeid tot een provinciaal succes. En binnenkort komt er wellicht zelfs een landelijk project. Daar mogen we denk ik heel trots op zijn.’
Lees het artikel over De Beweegclub in Drenthe
Win-winsituatie
Uiteindelijk kan de inbedding van een living lab in het onderwijs een win-winsituatie worden, waar professionals, studenten en de mensen in buurt of wijk allemaal beter van worden. Professionals bereiken meer door de inzet van studenten, inclusief hun creatieve kracht. Studenten profiteren doordat ze in een ‘echte praktijksituatie’ essentiële vaardigheden kunnen ontwikkelen. En beleidsmakers hebben er voordeel van als studenten zelf geworteld zijn in de omgeving waarin het lab opereert, en zo netwerken en doelgroepen kunnen ontsluiten die voor beleidsmedewerkers soms moeilijk bereikbaar zijn. Inwoners en andere betrokkenen ervaren ten slotte heel concreet dat hun problemen worden aangepakt en hun leefomgeving verandert.


Podcast
Walk&Talk
In Walk&Talk-aflevering 4 spreekt Jonathan van Deutekom van de HAN. ‘Ik ben naast hbo-docent ook alliantiemakelaar van het kennis- en leernetwerk Wonen, Zorg en Welzijn in Lingewaard en Overbetuwe. Studenten doen actief mee. Zij weten bijvoorbeeld veel beter hoe je de jeugd kan bereiken. Zo krijg je veel meer input uit die doelgroep zelf.’
Beluister de podcast Jonathan van Deutekom en Sanne Cobussen

