Inleiding
Living
Labs
Handreiking living labs sport en bewegen
Wat is een living lab?
Een living lab is een experimenteerruimte zonder reageerbuizen en proefopstellingen. Het gaat om een samenwerkingsverband waarin onderzoekers, professionals en beleidsmakers zich verbinden met de directe betrokkenen in een buurt, wijk, school, zorginstelling of een andere concrete omgeving. Samen bedenken zij innovaties en testen die ‘in de echte wereld’.
Wat doet een living lab?
Sport en bewegen lenen zich bij uitstek voor een living lab. Zo’n lab is een vorm van samenwerking waarin beleid, onderzoek en praktijk bij elkaar komen om vanuit een gedeelde ambitie te werken aan een gezamenlijk doel. Denk aan onderzoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, buurtsportcoaches, zorg- of onderwijsprofessionals, en beleidsadviseurs van de gemeente en van verzekeraars. Ook burgers – de ‘eindgebruikers’ – zijn vanaf de start aan boord. De betrokkenen ontwikkelen en testen samen producten of diensten. Het mooie is de gelijkwaardigheid: in een living lab luister je goed naar elkaar en benut je de kennis en ervaring van alle deelnemers.
Tip!
Kies als uitvalsbasis voor het living lab een logische fysieke plek in de wijk. Bijvoorbeeld een sportcentrum vlakbij scholen. Die organiseren er hun gymlessen, mogelijk heeft de regionale sportservice-organisatie er een dependance en vaak is het een sociale ontmoetingsplek voor inwoners. Hierdoor kun je leerlingen, professionals en wijkbewoners eenvoudig bij elkaar brengen op een vertrouwde plek.
Wat zegt de theorie?
Er bestaat geen eenduidige definitie, maar in deze handreiking houden we die van het Rathenau Instituut aan:
‘Een living lab is zowel een fysieke locatie als een gezamenlijke aanpak, waarin verschillende partijen experimenteren, co-creëren en testen in een levensechte omgeving.’
De definitie bevat drie kernonderdelen:
- Co-creatie met inwoners of andere direct betrokkenen.
- Het gaat om oplossingen voor complexe maatschappelijke uitdagingen.
- De wijk, school of andere concrete setting fungeert als experimenteeromgeving.
Een living lab is in menig opzicht anders dan ‘gewone’ onderzoeksaanpakken en -methoden. Zo weet je – als je het goed doet – van tevoren niet eens precies wat eigenlijk het probleem of vraagstuk is. Het doel vaststellen is namelijk onderdeel van het proces, niet een gegeven vooraf.
Welke elementen komen in elk geval terug?
Een living lab kent altijd de volgende elementen:
- Een gezamenlijke uitdaging: welk (complex) maatschappelijk probleem je aanpakt, bepaal je samen binnen het netwerk.
- Een divers netwerk met veel sterk uiteenlopende samenwerkingspartners. Dit zorgt ervoor dat alle groepen betrokken worden en geeft een afspiegeling van de maatschappij.
- Een labregisseur als verbindende schakel tussen alle partijen in het netwerk.
- Hoge betrokkenheid van de partners; als zij allemaal veel tijd en energie steken in het lab houdt dat de samenwerking levend.
- Samen creëren, dus zeker ook met de mensen die straks gebruik maken van de innovatie.
- Door te experimenteren in de praktijk kan het idee gelijk real life getoetst worden.
- Een living lab zoekt oplossingen voor problemen in een specifieke omgeving, en voor verschillende problemen en omgevingen zijn ook andere werkvormen en strategieën nodig. Plus andere onderzoeksmethodieken dan alleen de klassieke vragenlijst.
‘Verdeel samen de rollen en verantwoordelijkheden, zodat alle netwerkpartijen eigenaarschap ervaren. Wijs met elkaar kartrekkers aan per onderdeel of thema. Zo krijgen partners een stem in de inhoud én concrete taken en deadlines. Leg de rolverdeling vast, zodat iedereen weet wie waarop aanspreekbaar is. Naast informele betrokkenheid ontstaat zo ook een formele verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld om de voortgang te bewaken en knelpunten te signaleren. Het resultaat: snellere én betere besluitvorming, en een actieve betrokkenheid van alle deelnemende organisaties.’
Een labregisseur

Robert Ovbiagbonhia
Docentonderzoeker Hanze Groningen, hoofdauteur onderzoek SPRONG-PASS
‘We hebben samen met acht hogescholen met sport- en beweegopleidingen in kaart gebracht hoe living labs zijn ingericht. Wat zijn succesfactoren? En welke structurele knelpunten zien we in de samenwerking? De uitkomsten zijn vertaald in ontwerpprincipes voor de versterking van living labs als innovatie-instrumenten. Onze aanbeveling aan beleidsmakers en bestuurders: zorg voor een duurzame verankering van living labs in wijken, zodat zij kunnen blijven innoveren zonder telkens tijd en energie te verliezen aan het opnieuw opstarten van tijdelijke structuren.’
Lees het hele interview met Simon
Welke stappen doorloopt een living lab?
Een goed draaiend living lab is een middel om sneller tot betere innovaties te komen. Die hebben we nodig omdat de complexe maatschappelijke problemen in kwestie met eerdere aanpakken niet of onvoldoende zijn aangepakt. Vanwege de experimentele opzet van een living lab zijn de activiteiten erg veranderlijk, maar deze vier doorlopen living labs vrijwel altijd:
- Een netwerk vormen
- Gezamenlijke uitdaging(en) vaststellen
- Experimenteren met oplossingen
- Leren, evalueren en bijstellen
Deze vier activiteiten zijn ook terug te vinden in design thinking, een co-creatiemodel waarmee de living lab sport en bewegen vaak werken. Dat is een mooie en creatieve manier om eindgebruikers en andere samenwerkingspartners mee te nemen in verbetertrajecten.
Experimenteren, maar wél methodisch onderbouwd
Wie dit alles leest, denkt misschien dat je snel iets moet gaan doen, en vooral ook veel kopjes koffie moet drinken. Het heel concreet met elkaar aan de slag gaan is inderdaad de kracht van een living lab. Maar het werkt pas echt als je daarbij gebruik maakt van onderbouwde methodieken, instrumenten en werkvormen. Het is niet voor niets dat kennisinstellingen een belangrijke rol hebben in de living lab sport en bewegen. Zij dragen bij aan het kennisgedreven begeleiden van de lokale innovatieprocessen. Het gaat met andere woorden om een innovatieproces dat is geworteld in praktijk én theorie. Een belangrijke succesfactor daarvoor is ‘sociaal leren’, een aanpak waarin professionals, inwoners en partners samenwerken in een structuur waarin je voortdurend met elkaar leert en de aanpak bijstelt op basis van concrete ervaringen en theoretische inzichten.


Podcast
Walk&Talk
Nynke Burgers werkte in de krachtwijk Wildeman (Amsterdam) aan vraagstukken rondom gezondheid, bewegen en sociale cohesie. ‘In participatief onderzoek kun je met creatieve methodieken op zoek naar wat werkt vanuit de leefwereld van inwoners. Door samen te ontwerpen, luisteren en experimenteren ontstaat niet alleen inzicht, maar ook eigenaarschap en duurzame verandering.’
Beluister de podcast met Nynke Burgers, Sanne Cobussen en Eva Heijnen

‘Eerst soep, dan pas de papieren’
‘Een living lab is een experimenteerplek, maar je doet er ook onderzoek. De reflex van onderzoekers is soms om met de wetenschappelijke aspecten te starten, maar daarmee schrik je inwoners en de meer praktisch ingestelde professionals af. Natuurlijk moet je toestemming van de ethische commissie voor je onderzoek krijgen. En ook andere dingen goed regelen, zoals informed consent, toestemming van ouders als je ook kinderen betrekt, en bijvoorbeeld je datamanagement. Maar begin altijd met het concrete. Zoals een goed toegankelijke fysieke locatie waar je met z’n allen aan het werk gaat in wijk of buurt. Investeer juist in het begin vooral in de relaties met iedereen die een bijdrage zou kunnen of willen leveren. Een vertrouwensband opbouwen begint met gesprekken met een kop soep en een broodje, niet met een pak papier met een studieprotocol en toestemmingsformulieren.’
Simon van Genderen
Docentonderzoeker Vitaliteit (HAN) en labregisseur in Dukenburg, Nijmegen
Lees het hele interview met Simon
Ontwerpprincipes voor succes
Een living lab leent zich bij uitstek voor leerprocessen over organisatie- en sectorgrenzen heen. Het is een kansrijke werkwijze, maar living labs zijn vaak ook kwetsbaar door hun open en experimentele karakter. Wat helpt is het lab volgens een paar duidelijke ontwerpprincipes op te zetten. De SPRONG-groep PASS, een landelijke samenwerking van acht hogescholen, heeft deze ontwerpprincipes geformuleerd op basis van een onderzoek naar succesfactoren en structurele uitdagingen voor living labs. We hebben de ontwerpprincipes meegenomen in de bouwstenen die het hart vormen van deze handreiking:
- Investeer in duurzame netwerken, vertrouwen en informele uitwisseling (Bouwsteen 1).
- Zet in op co-creatie en gedeeld eigenaarschap (Bouwsteen 2).
- Kies voor ‘sociaal leren’ en bied veel ruimte voor experimenteren, leren en bijsturen (Bouwsteen 3).
- Geef de labregisseur een sleutelrol in samenwerking, relaties onderhouden en voortgangsbewaking (Bouwsteen 4).
- Werk vanaf het begin aan een structurele inbedding (Bouwsteen 5).
- Zorg voor legitimiteit via systematische impactmonitoring en koppel opbrengsten terug naar alle betrokkenen (Bouwsteen 6).
- Waarborg een goede inbedding in het onderwijs (Bouwsteen 7).
De SPRONG-groep PASS is een initiatief van het lectorenplatform Sport en Bewegen, samen met 46 regionale en landelijke kennis- en werkveldpartners.
Lees het hele interview met Simon

