Bouwsteen

2

Handreiking living labs sport en bewegen

Luister goed naar behoeften van mensen

Wie bij de netwerkvorming start met eindgebruikers van de opbrengsten van een living lab, ziet het vanzelf: pas als je hun wensen écht begrijpt – en snapt tegen welke drempels mensen aanlopen – ontstaat er passend beweegaanbod. Of een andere bruikbare vernieuwing. Luisteren naar behoeften van deelnemers is onmisbaar in alles wat een living lab doet.

Gemeenschappelijke taal

Onderdeel van de netwerkvorming (zie Bouwsteen 1) is een gezamenlijke zoektocht naar de rode draad van wat er voor mensen speelt. Het is belangrijk om niet te snel oplossingen te bedenken voor wat deelnemers aan een living lab als lastig ervaren. Probeer eerder met elkaar de uitdagingen te benoemen waarin alle partners zich herkennen. Dat vergt tijd en energie. Het netwerk bestaat immers uit mensen met uiteenlopende achtergronden, levensfasen, beroepen en ervaringen. Deze diversiteit is de kracht van een living lab, maar het vraagt ook wat van deelnemers. Cruciaal is het ontwikkelen van een gemeenschappelijke en herkenbare taal die door iedereen verstaan wordt. Die taal is per definitie helder, zonder vakjargon, afkortingen en complexe uitdrukkingen.

Tip!

Organiseer laagdrempelige lunchbijeenkomsten waar wijkbewoners en professionals elkaar ontmoeten en wensen en ervaringen kunnen uitwisselen. Maak samen een visiekaart met doelen en ambities die je met elkaar kiest. Pak die er regelmatig opnieuw bij om samen te reflecteren: zitten we nog op één lijn? Sluit de visie nog aan bij wat we onderweg hebben geleerd?

In co-creatie samenwerken

Om elkaar beter te begrijpen zijn verschillende (visuele) hulpmiddelen beschikbaar. Deze gaan allemaal uit van de principes van co-creatie, een proces waarin betrokkenen – in dit geval de deelnemers in een living lab – gelijkwaardig samenwerken. In plaats van direct antwoorden te willen, onderzoek je eerst samen de kern van de uitdaging. Je start dus niet met een probleemanalyse, maar gaat uit van wat mensen kunnen (vanuit hun kwaliteiten en mogelijkheden) én willen veranderen. Door de gedeelde visie continu te toetsen en bij te sturen op basis van nieuwe inzichten, blijft het lab wendbaar en is het eigenaarschap bij iedereen gewaarborgd. Op deze manier voorkom je een kloof tussen theorie en praktijk en breng je een community echt in beweging.

Oog voor andere beelden

Het is dus ook riskant om uit te gaan vanuit beleid of bestaand aanbod. Wie in gesprek gaat met de mensen om wie het gaat, ontdekt dat zij vaak heel andere beelden hebben van (bijvoorbeeld) een ‘passend aanbod’. Wie daar oog voor heeft, kan op een andere manier gaan samenwerken aan verandering. Zo gaat het mensen die meedoen aan een beweegclub vaak niet zozeer om een ‘beleidsmatig’ doel als afvallen, maar veel meer om veiligheid, zelfvertrouwen en erbij horen. Het kopje koffie en een gesprek zijn even belangrijk als het bewegen zelf.

‘Living labs zijn proeftuinen waar je nieuwe ideeën kunt ontwikkelen en testen in de praktijk. Ze bieden een veilige omgeving om te experimenteren, fouten te maken en te leren. En om kennis en ervaringen te delen. Het is essentieel om steeds te luisteren naar wat mensen in de wijk nodig hebben. We moeten naar die mensen toe en vragen wat zij willen. In plaats van dat wij als hoogopgeleide sportmensen zeggen: jullie moeten echt gaan sporten!’

Gregory Sedoc, voormalig topatleet, nu ambassadeur voor sportstimulering

Getekend portret van Sjors van der Quast

Sjors van der Quast Projectleider living lab in Korte Akkeren, Gouda

‘In de samenwerking met wijkbewoners ontstond het idee van wensputten. Die staan nu overal in de wijk, en mensen delen er hun ideeën en wensen over sport, bewegen én ontmoeting. Daar kwam bijvoorbeeld een wijkfeest uit, geïnspireerd op een jaarlijkse braderie waar iedereen op afkomt. Het living lab heeft veel gedaan voor de onderlinge verbinding. Er is nu een maandelijks overleg van de mensen die het wijkfeest hebben georganiseerd en een groepsapp waarin bewoners nieuwe ideeën delen.’

Lees het hele interview met Sjors

Aannames loslaten

Dit besef vraagt wat van (sport)professionals in een living lab: zij zullen hun eigen aannames moeten durven loslaten. Ideeën die logisch lijken vanuit hun perspectief blijken vaak niet passend. In het voorbeeld van de beweegclub hierboven (uit het living lab in Assen) kreeg het goed luisteren naar de doelgroep uiteindelijk ook impact op de rolopvatting van begeleiders. Die zien zich nu minder als sporttrainers en meer als sociaal-motorische begeleiders. In hun begeleidingswerk gaat het uiteraard om bewegen, maar ze besteden vooral ook veel aandacht aan sfeer, veiligheid en taalgebruik.

Relaties en vertrouwen als output

Dit alles heeft ook betekenis voor de manier waarop een living lab laat zien wat de opbrengsten zijn (zie ook Bouwsteen 6). Door financiers gevraagde outputindicatoren botsen vaak met wat de community nodig heeft. Wat nogal eens ‘bijvangst’ heet – vertrouwen, relaties, dynamiek – is in feite de kern van een living lab. Veldnotities, procesverslagen, observaties en verhalen van deelnemers maken dit zichtbaar en bespreekbaar. Sterke relaties en vertrouwen zijn cruciaal voor een weerbare gemeenschap die zelf invloed uitoefent op de gewenste verandering.

Foto van een weegschaal die 110kg aangeeft.

Podcast
Walk&Talk

In deze Walk&Talk-aflevering vertelt Sara van de Lustgraaf (Hanze Groningen) over het living lab De Beweegclub Assen. ’Voor veel mensen met overgewicht sluit het sportaanbod niet aan bij hun behoeften, terwijl professionals dat wel denken. Plezier en gezelligheid zijn belangrijker dan presteren. Daar kom je achter als je écht luistert naar de doelgroep.’

Beluister de podcast met Sara van de Lustgraaf en Sanne Cobussen