Bouwsteen

5

Handreiking living labs sport en bewegen

Denk vanaf het begin na over verankering

Blijvende impact vraagt om een goede borging van de opbrengsten van een living lab. Het gaat zowel om een structurele plek voor het lab als innovatie-omgeving, als om het verankeren van de uitkomsten van succesvolle experimenten in de praktijk. En deze waar mogelijk op te schalen naar andere plekken.

Het lab als structuur

Woorden als ‘verankeren’ of ‘borgen’ lijken misschien wat in tegenspraak met het actiegerichte en experimentele karakter van een living lab. Het gaat vooral om het doen, en daarvoor hoef je zeker niet te wachten op verankering in beleid en draagvlak bij bestuurders. Toch is het slim om al vanaf dag één stil te staan bij het voortbestaan van het lab op de lange termijn, zodat het juist niet bij een paar mooie experimenten blijft. Allereerst gaat het om het positioneren van de innovatie-omgeving van het lab als vaste ‘structuur’. In beleidstaal: integratie van de labaanpak in taakstellingen van organisaties, zorgen voor financieringskaders en opdrachtformuleringen vanuit de gemeente, en inbedding in financieringsstromen. En activiteiten verbinden aan opleidingen en beweegprogramma’s.

Tip!

Focus niet op specifieke oplossingen, zoals een specifiek speeltoestel of een wandelroute. Maar richt je op waarden (wat is voor mensen relevant?), flexibiliteit van gebruik, en anders leren kijken naar de omgeving. Dat maakt het mogelijk om experimenten op te schalen naar andere plekken, omdat niet de contextspecifieke ingreep centraal staat, maar het onderliggende principe.

Borgen en opschalen

Het tweede verankeringsniveau betreft de activiteiten zelf. Ofwel: borg succesvolle experimenten in de praktijk en ga daarvoor samenwerkingsrelaties aan. Bijvoorbeeld in opleidingen en bestaande beweegprogramma’s. Zodat het living lab een vaste plek krijgt in een robuust (lokaal/regionaal) netwerk. Als het lukt hoort bij borging ook het opschalen van de experimenten naar andere plekken. Deze experimenten zijn immers niet het eindpunt, maar geven input voor structurele verandering in praktijk en beleid. Het lab is een lerende structuur die succesvolle aanpakken verfijnt én overdraagbaar maakt.

Beginnen vanaf de start

Op beide niveaus is het belangrijk om voldoende menskracht en geld veilig te stellen om de processen in het lab te kunnen begeleiden. Reken hiervoor met een tijdshorizon van tenminste twee tot drie jaar. Dat wijst meteen op het belang dat verankering begint bij de start van een living lab. Regelmatig slagen labs erin ingebed te worden in de bestaande financieringsstromen in de gemeente of hogeschool. Of het lukt ze om aanvullende financiering te verwerven voor specifieke experimenten of deelprojecten voor een bepaalde doelgroep. Zie dus steeds de kansen en speel daarop in. Overigens gaat het niet alleen om geld. Voor borging van de labstructuur kun je ook voortbouwen op bestaande samenwerkingsverbanden die al toekomstbestendig zijn, mits de partners zich willen committeren aan de actiegerichte aanpak van een living lab. Een structureel overleg tussen professionals uit verschillende domeinen is een andere vorm van systeeminnovatie die al geborgd is.

‘Wij proberen steeds veel duidelijkheid te geven over wat participatie oplevert en op welke termijn resultaten zichtbaar worden. Je kunt een living lab duurzaam verankeren door het in te bedden met hulp van heldere routines voor leren, terugkoppelen en weer doorontwikkelen. Als je de activiteiten weet te verbinden aan bestaande opleidingen en programma’s, wordt het lab onderdeel van structurele leer- en ontwikkel­lijnen. Neem daarvoor de tijd, creëer veel ruimte en wees niet bang voor herhaling.’

Carmen Hoff en Arjan Vreugdenhil (OBB spelmakers)

Getekend portret van Marck de Greef

Marck de Greef

Bewegingswetenschapper

Hogeschool Windesheim

‘Ons living lab werkt samen met sportclubs die kinderen met moeilijk gedrag goed willen begeleiden. Dé grote uitdaging wordt het bestendigen van de ondersteuning van clubtrainers. Kinderen krijgen nu begeleiding van psychomotorisch therapeuten, maar dat is op den duur niet houdbaar. Alleen al omdat dit werk niet hun kerntaak is. We zijn met de buurtsportcoaches in gesprek gegaan. Die hebben clubondersteuning juist wel in hun takenpakket. Als zij het ondersteunen van trainers als hun verantwoordelijkheid zien, kan Dronten verder met deze aanpak.’

Lees het hele interview met Marck

Volg het tempo van de partners

Voor blijvende samenwerking is het belangrijk dat de professionals en de onderzoekers in het living lab hun tempo durven afstemmen op deze lokale partners, en vooral op dat van inwoners en andere eindgebruikers. Als alle netwerkpartijen – van scholen en welzijnsorganisaties tot buurt- of wijkbewoners – gezamenlijk het proces én de snelheid bepalen, ontstaat het gedeelde eigenaarschap dat noodzakelijk is voor een blijvende verankering.

Verandering tastbaar maken

Zorg dat gerealiseerde veranderingen een plek krijgen in beleid en werkprocessen, door opbrengsten te ‘vertalen’ naar bijvoorbeeld visiedocumenten, schoolroosters of het wijkbeleid rond bewegen. Maak vernieuwingen daarnaast tastbaar in de dagelijkse praktijk. Fysieke aanpassingen in de openbare ruimte, zoals wandelroutes of ontmoetingsplekken, maken de verandering concreet en nodigen uit tot nieuw gedrag. Door samen successen te realiseren en die ook feestelijk te vieren (zie ook Bouwsteen 6), ontstaat een lokale trots die bijdraagt aan een structurele samenwerking. Zo groeit een living lab uit van een tijdelijk initiatief naar een vanzelfsprekend onderdeel van de plaatselijke sociale infrastructuur.

Jonge mensen die buiten op een sportterrein oefeningen doen tussen pionnen

Podcast
Walk&Talk

In deze Walk&Talk-aflevering licht Matthijs Bobeldijk (New Business Lab) de tool Purpose Case toe. ‘De traditionele business case focust vooral op financiële waardecreatie. Handig voor bedrijven, maar minder geschikt voor het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken. De Purpose Case gaat veel meer over hoe je samen maatschappelijke waarde kunt creëren.’

Beluister de podcast met Matthijs Bobeldijk en Sanne Cobussen