Vooruit
Interventies ontleed: impact door kernelementen
Leestijd: 6 minuten
Aan jeugdinterventies in Nederland geen gebrek. Maar welke werkt er nu echt en wat is dan het werkzame bestanddeel? Hoogleraar orthopedagogiek Bram Orobio de Castro en onderzoeker Annabeth Groenman over wanneer een interventie het verschil maakt voor kinderen en ouders.
Hij heeft maar liefst 111 jeugdinterventies beoordeeld. Hoogleraar orthopedagogiek Bram Orobio de Castro was lange tijd voorzitter van de erkenningscommissie van de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). ‘In ons land worden met de beste bedoelingen bijzonder veel interventies ontwikkeld. Wat opvalt is dat veel interventies op elkaar lijken, en omvangrijk en complex zijn, waardoor ze in de praktijk niet goed kunnen worden uitgevoerd.’
Als voorbeeld noemt hij langdurende interventies in het onderwijs. ‘Van 5 multomappen vol met oefeningen voor een programma van 2 jaar over bijvoorbeeld mentaal welbevinden of veerkracht. Daaraan komt bijna niemand toe. Dus plukken leerkrachten er oefeningen uit die hen aanspreken of die leerlingen tijdens gym vast leuk vinden. Zonder te weten of de oefeningen zo helpen of de problemen juist vergroten…’
Op zoek naar de juiste zeep
Vanuit die zorg groeide volgens Orobio de Castro 10 jaar geleden zowel binnen Nederland als erbuiten de behoefte om preciezer te kijken naar alle interventies. Op zoek naar de kernelementen in al die interventies die kinderen, jongeren en ouders helpen. ‘Ik vergelijk interventies graag met wasmiddel. In plaats van nog een nieuw wasmiddel te maken, gaan we op zoek naar de specifieke ingrediënten voor de zeep – de kernelementen – die de was schoonmaakt.’
Dat leidde ook weer tot vervolgvragen, zoals welke zeep voor wie werkt. Welke elementen werken bijvoorbeeld juist voor jongeren met angst en somberheid, en welke voor jongeren met gedragsproblemen of gezinnen met multiproblematiek? Experts uit de wetenschap en praktijk gingen hier in 2015 in 7 consortia, met financiering en begeleiding van ZonMw, mee aan de slag. Het begin van een langlopende onderzoekslijn naar kernelementen van interventies.
Interventies zijn net wasmiddel: je zoekt de juiste zeep.
Kiezen voor elementen in een interventie
Hoogleraar Orobio de Castro was zelf projectleider van het onderzoek naar kernelementen rondom externaliserende gedragsproblemen. Hij stond aan de wieg van de Keuzehulp Jeugd en Gezin die vorig jaar is gelanceerd. Deze keuzehulp, gebaseerd op kennis uit alle 7 de consortia over de kernelementen voor de basishulp, ondersteunt wijkteamprofessionals om samen met ouders en jongeren passende hulp te vinden.
Belangrijke kernelementen zijn bijvoorbeeld het gezamenlijk inschatten van de aard en ernst van de problematiek, verhalen maken en ervaringen met eerdere hulp in kaart brengen, psycho-educatie, versterken van de sociale steun en verbinding met het netwerk.

Over interventies heersen aannames van wat werkt…
zonder dat we die ooit hebben getoetst
Ingewikkelde problemen? Die worden beter wanneer je mínder doet.
De keuzehulp maakt 2 routes mogelijk. Enerzijds kunnen professionals gestructureerd met het gezin praten over wat er speelt en wat kan helpen. Anderzijds helpt de keuzehulp bepalen welke interventie daar vervolgens bij past. In veel gezinnen speelt vaak meer en de keuzehulp helpt interventies vinden waar specifieke elementen samenkomen.’
Aannames en tradities toetsen
De zoektocht naar de kernelementen is een complex proces, constateert Orobio de Castro. ‘Bij interventies zitten de werkzame elementen vaak verstopt in aannames en tradities. Bijvoorbeeld: vaak gaat iemand 1 keer per week naar de psycholoog. Waarom eigenlijk? Zo zijn er veel meer aannames die nooit getoetst zijn. Juist daarom willen we achterhalen wat in al die interventies echt werkt. Niet om simpelweg minder interventies te ontwikkelen, maar om scherper te kijken naar wat nodig is.’
In het huidige ZonMw-programma Wat werkt voor de jeugd krijgt onderzoek naar kernelementen een vervolg. Onder meer met onderzoeker Annabeth Groenman, die oudertrainingen voor kinderen met ADHD en gedragsproblemen onderzoekt. Zij is betrokken bij het consortium PAINT (Psychosociale ADHD en gedragsproblemen Interventies), dat sinds 2016 studies uitvoert om de zorg voor deze kinderen te verbeteren. In het project PAINT-P (de ‘P’ staat voor ‘parent’) worden ouderentrainingen onderzocht.
Zo werd in een kleinschalige experimentele studie, een microtrial genoemd, gekeken welke gedragstherapeutische technieken het meest effectief zijn. Uit dit onderzoek onder zo’n 90 gezinnen bleek dat kortdurende sessies van oudertrainingen, met specifieke technieken zoals belonen en vooraf duidelijke regels afspreken, net zo effectief waren als langdurige.
‘Een revolutionair inzicht’, stelt hoogleraar Orobio de Castro. ‘Lang is namelijk gedacht dat ingewikkelde problematiek om langdurige interventies vraagt. Dat leidt tot enorme wachtlijsten en gezinnen die afhaken. Nu blijkt dat de problemen al verbeteren wanneer je gericht, minder doet.’
Interventies zonder overbodige onderdelen
Kernelementen kennen, kan leiden tot overzichtelijker interventies, zonder overbodige onderdelen, waardoor professionals bewuster kunnen kiezen wat ze inzetten. Daarmee wordt hulp bovendien minder afhankelijk van kiezen op basis van intuïtie. Orobio de Castro: ‘Met hulp van ZonMw konden we alle vragen per deelgebied onderzoeken. Wat werkt, wordt explicieter, overdraagbaar en leerbaar.’

Maatwerk en werken volgens protocol…
lijkt een tegenstelling, maar kan tegelijk
Groenman: ‘De microtrial heeft geleid tot onderzoek waarin we nu met 90 gezinnen in 3 sessies aan de slag gaan met een concreet probleem. Neem een kind dat ’s ochtends niet aan de ontbijttafel blijft zitten. Dat zorgt voor veel onrust in het gezin. We maken vervolgens een specifiek plan, waarbij gebruik wordt gemaakt van werkzame elementen. Zoals van tevoren duidelijke afspraken maken en het belonen van het gewenst gedrag met een knuffel of complimentje.’
Een compliment dat echt zo klinkt
De onderzoeksresultaten worden momenteel geanalyseerd, maar de reacties van zowel de gezinnen als therapeuten die de sessies hebben geleid, zijn positief. ‘Ouders vinden het fijn dat de aanpak zo concreet is’, zegt Groenman. ‘Ze kunnen meteen aan de slag. Tijdens de sessies doen we ook rollenspellen, zoals over hoe belonen er in de praktijk uitziet. Als een ouder zegt: “Kijk, zo simpel is het nou, had je dat gisteren ook niet meteen kunnen doen?”, dan is dat eigenlijk helemaal geen compliment.’ Inmiddels brengen de therapeuten uit het onderzoek de training al in de praktijk en ook een Amsterdams wijkteam wordt erin getraind.
Let op dat conclusies uit onderzoek geen eigen leven gaan leiden.
Maatwerk met een protocol
Orobio de Castro: ‘Wat niet betekent dat complimentjes altijd werken. Het gaat om beter en preciezer kijken naar een heel specifieke situatie. Een ander belangrijk inzicht is oefenen. Doen is zo belangrijk. We zien dat er in grote omvangrijke interventies heel veel wordt gepraat, terwijl het effect ‘m zit in het doen.’
‘Soms lijkt geprotocolleerd werken en maatwerk bieden een tegenstelling te zijn’, zegt Orobio de Castro. ‘Maar het kan juist allebei. Je doet iets op maat wat voor dit gezin werkt, maar wel met een systematiek erachter. Dát is de sleutel. Dat vraagt precies kijken: wat is hier de situatie en wat kunnen we oefenen?’ Zo komen onderzoekers dichterbij ‘de samenstelling van zeep’ uit zijn wasmiddelenmetafoor.
Toch is er een risico bij het onderzoek naar kernelementen. ‘Conclusies uit zulk onderzoek kunnen een eigen leven gaan leiden’, waarschuwt Orobio de Castro. ‘Kortere interventies zijn natuurlijk goedkoper. En daarnaar zijn beleidsmakers en gemeenten op zoek. Maar de kern is niet dat interventies niet deugen of dat het altijd maar korter moet. De kern is dat we in de jeugdhulp veel gerichter en preciezer moeten kijken naar wat een interventie werkzaam maakt. Hopelijk maken gemeenten van die kennis gebruik.’
PAINT-P
PAINT-P is een onderzoeksprogramma van het consortium PAINT naar een kortdurende, op maat gemaakte oudertraining voor kinderen met gedragsproblemen, zoals druk of impulsief gedrag, driftbuien en agressie. Oudertrainingen zijn vaak effectief, maar bestaande programma’s zijn dikwijls langdurig en sluiten niet altijd goed aan bij de specifieke situatie van gezinnen.
In een microtrial is onderzocht welke gedragstherapeutische technieken het meest effectief zijn. Zowel antecedente technieken, zoals regels stellen en structureren, als consequente technieken, zoals belonen en negeren, bleken gedragsproblemen te verminderen. Daarbij hadden antecedente technieken sneller effect. Op basis hiervan is een korte oudertraining ontwikkeld waarin beide technieken zijn gecombineerd.
De training wordt getest in de jeugd-ggz, bij huisartsenpraktijken via de POH-Jeugd en in wijkteams. Daarnaast wordt gekeken naar de inzet van boostersessies, kosten en opbrengsten, en naar hoe werkzame elementen van oudertraining precies bijdragen aan gedragsverandering.
Kernelementen Basishulp
De Keuzehulp Jeugd en Gezin richt zich op de 7 kernelementen die voor jeugdprofessionals in de basishulp belangrijk zijn bij de ondersteuning en zorg aan kinderen en gezinnen. Deze kernelementen dragen ertoe bij dat ouders weer vertrouwen krijgen in hun opvoeding en dat kinderen zich kunnen ontwikkelen.
De 7 kernelementen van de basishulp zijn:
- Gezamenlijk inschatten van aard en ernst
- Verhaal maken en ervaringen met eerdere hulp in kaart brengen
- Psycho-educatie
- Opvoedingsvaardigheden versterken
- Versterken sociale steun en verbinding met het netwerk
- Praktische steun faciliteren
- Versterken en monitoren van 1 samenhangend plan
Tekst: Jessica Maas

