Perspectiefrijk

Onderzoek met een consortium: zowel de cirkel als het land rond

Leestijd: 7 minuten

Mensen uit praktijk, beleid en onderzoek én vanuit allerlei plekken in Nederland vormen een consortium met een opdracht. Zoals het consortium Normaliseren en versterken van het gewone leven – 1 van de 7 consortia. Associate lector Jeugd Els Evenboer van Hogeschool Windesheim en senior beleidsadviseur Iris Sterkenburg van de gemeente Pijnacker-Nootdorp over wisselwerking met impact.

Hoe kwam de samenwerking tot stand?

Els Evenboer: ‘Veel partners in het consortium hielden zich al bezig met het thema normaliseren. Zoals hoogleraar Orthopedagogiek Laura Batstra van de Rijksuniversiteit Groningen of kinder- en jeugdpsychiater Branko van Hulst met het vraagstuk rond labelen. Rob Gilsing, lector Jeugdhulp in Transformatie bij De Haagse Hogeschool, en ik werkten al samen. Er liepen dus lijntjes en de ZonMw-subsidieoproep bood de kans om landelijk de handen ineen te slaan. Belangrijk, omdat normaliseren een thema is waarmee we vanuit verschillende hoeken iets moeten.’

Iris Sterkenburg: ‘Ook in de gemeente Pijnacker-Nootdorp houden we ons al langere tijd bezig met normaliseren. Want wij vinden: niet elke hulpvraag hoeft een zorgvraag te worden en goed is goed genoeg. Normaliseren betekent kijken naar wat een kind nodig heeft, zonder meteen te labelen of te problematiseren. Dat vraagt om een andere manier van kijken en praten. Daarom lanceerden we vorig jaar de campagne “​​​​​​​Anders zijn is heel normaal” samen met alle basisscholen in onze gemeente. Naast beleidsmaker ben ik namelijk ook programma­regisseur onderwijs en kinderopvang.’

Deelnemen aan het consortium levert meer inzichten op.

Iris Sterkenburg

Wat brengt de samenwerking jullie?

Sterkenburg: ‘Deelname aan het consortium verbreedt onze blik en we doen meer inzichten op, die we in de praktijk uitproberen. Zo ontdekken we wat werkt en nodig is om kinderen kansrijk, veilig en gezond te laten opgroeien. Vanuit het consortium voeren we bovendien gesprekken met ouders en met jongeren om te weten wat er leeft en hoe we daar beter op aansluiten.’

Evenboer: ‘Om die wisselwerking gaat het precies. Als onderzoekers leren we veel van de gemeentelijke praktijk en professionals uit diverse domeinen. Bewust hebben we slechts 2 proeftuingemeenten, Pijnacker-Nootdorp en Utrecht, omdat we intensief willen samenwerken. Uiteraard delen we de kennis later met meer professionals en gemeenten.’

Sterkenburg: ‘En die belangstelling van andere gemeenten is er.’

Wat leer je tijdens het proces in het consortium?

Sterkenburg: ‘Mooi is dat we door deelname aan het consortium onze ervaringen en kennis verder kunnen verspreiden. En als gemeente leren wij daarnaast weer van de andere proeftuin in Utrecht. Het gaat om een andere mindset, over anders kijken. Die omslag zie ik bij onze gemeente gebeuren. 
Het helpt ook dat wij na de decentralisatie een kernteam hebben opgericht van mensen die voorheen bij verschillende instanties werkten. Professionals van Bureau Jeugdzorg, praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen, voorschools- en schoolmaatschappelijk werk en gedragswetenschappers zijn nu in dienst van de gemeente. Zo bieden we laagdrempelige ondersteuning van inwoners en gezinnen van 0-100 jaar.’

Er leven veel verschillende beelden over normaliseren

Dus moet je eerst afstemmen wat je onder het concept verstaat

Cru gezegd wordt er ook verdiend aan kinderen in zorg.

Hoe zorg je dat in een consortium met zoveel verschillende perspectieven, iedereen hetzelfde voor ogen heeft?

Evenboer: ‘Die vraag is ook onderdeel van het onderzoek. We kijken gezamenlijk naar de onderliggende oorzaken van het snel verwijzen naar jeugdhulp en de rol van taal, labels en financierings­stromen daarbij. Hoe helpen we professionals om met kinderen en ouders vaker te zoeken naar hulpbronnen in het dagelijkse leven? 
In de proeftuinen doen we literatuuronderzoek en we praten met ouders, jongeren en professionals. Inderdaad blijken er veel verschillende beelden te leven. We moeten goed met elkaar afstemmen wat we verstaan onder concepten als normaliseren en het versterken van het gewone leven. Om vanuit een gezamenlijk vertrekpunt aan de slag te kunnen.’

Een enorme klus?

Evenboer: ‘Niet eenvoudig, nee. Juist omdat er zoveel domeinen betrokken zijn: onderwijs, verenigingsleven, jeugdhulp, jeugd-ggz, jeugdgezondheidszorg, welzijnswerk, huisartsen. Allemaal met andere, soms tegenstrijdige belangen. Werken volgens de Impact Plan Benadering (zie kader) helpt ons precies nadenken over de oorzaken van het probleem dat we willen aanpakken en hoe we dat kunnen bereiken.
Verschillende oorzaken houden in stand dat we niet normaliseren. Er wordt bijvoorbeeld, wat cru gezegd, ook verdiend aan kinderen en jongeren die in zorg komen en blijven. Terwijl onderzoek laat zien dat veel hulp niet goed aansluit bij de behoeften van kinderen en de effecten vaak maar kort duren.
Die kennis maakt het soms lastig om met organisaties gesprekken te voeren. We zijn niet tégen de inzet van jeugdhulp. Maar momenteel horen te veel kinderen in de jeugdhulp daar niet thuis. Relatief milde problematiek kan namelijk prima in het dagelijks leven worden opgevangen, zodat kinderen met ernstige problemen niet op een lange wachtlijst belanden. En is er toch hulp nodig? Dan altijd in aanvulling op hulpbronnen in het gewone leven. Dat is onze ambitie.’

Els Evenboer

Met een logboek kijken we voortdurend terug en sturen bij.

Hoe kun je die ambitie waarmaken?

Evenboer: ‘De oorzaken hebben we omgezet in zogeheten werkpakketten, waarmee we professionals ondersteunen om andere gesprekken te voeren met ouders en jongeren. Professionals weten niet altijd hoe zij van informele bronnen in het gewone leven – denk aan de sportclub, buurt of school – gebruik kunnen maken. Of hoe ze daarover het gesprek aangaan, want ouders vinden soms dat zij recht hebben op (specialistische) hulp voor hun kind.’ 

Sterkenburg: ‘Onze professionals zijn inmiddels geschoold in het voeren van gesprekken over prestatiedruk en de maakbaarheid van het leven. Dat werkt. Ze maken duidelijk aan ouders dat ellenlange trajecten niet altijd helpend zijn. Intussen zien we dat 5 gesprekken met een praktijkondersteuner huisarts (POH) voldoende kunnen zijn en dat het aantal doorverwijzingen naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz) daardoor is gereduceerd.’

Evenboer: ‘We concluderen dat het denken in problemen in stand wordt gehouden doordat ouders, jongeren en hulpverleners teveel in medische, psychologische en psychiatrische taal praten over uitdagingen in het leven. Het tweede werkpakket gaat daarom over taal op een meer normaliserende, pedagogische manier. En over hoe je labels en classificaties voorkomt en toch hulp kunt bieden. In Utrecht experimenteert een jeugdhulporganisatie daarmee.’

Dus blijvend leren, kennis ontwikkelen en benutten?

Evenboer: ‘Dat is het idee achter de Impact Plan Benadering. Een doorlopend leerproces en we zitten daar middenin, met het inrichten van proeftuinteams. Om voortdurend (terug) te kunnen kijken en bijsturen, houden we een logboek bij van het proces. Tenslotte verspreiden we kennis niet alleen naar professionals en gemeenten, maar ook naar hbo- en universitair studenten. Zij zijn de professionals van morgen.’

Sterkenburg: ‘Bij iedereen aan tafel zie ik de drive om hulp aan kinderen en gezinnen echt te verbeteren. Dat inspireert enorm.’

Samen lerend doen wat werkt

7 consortia Jeugd: impact door samen lerend doen wat werkt, zijn begin 2025 binnen het ZonMw-programma van start gegaan. De consortia werken 4 jaar samen aan complexe vraagstukken rond kinderen en gezinnen met de zogeheten Impact Plan Benadering. Dat betekent dat zij niet beginnen bij onderzoeksvragen, maar bij de vraag welke verandering, met daadwerkelijke impact, zij in de praktijk willen bereiken. Wie wat hiervoor anders moet gaan doen, en vanuit daar redeneren ze terug naar welke kennis uit onderzoek hieraan bijdraagt.
De consortia richten zich ieder op één van de volgende thema’s

  • het versterken van de sociale en pedagogische basis;
  • normaliseren en versterken van het gewone leven;
  • het vergroten van de weerbaarheid van jongeren;
  • het verbeteren van passende ondersteuning en zorg;
  • het versterken van lokale preventie.

Consortium Normaliseren en Versterken

In het onlangs gestarte consortium Normaliseren en Versterken van het gewone leven, werken onderzoekers, praktijkorganisaties, gemeenten, en vertegenwoordigers van ouders en jongeren samen. Het consortium onderzoekt hoe familie, school en verenigingen in de directe omgeving ondersteuning kunnen bieden. Zodat professionele hulp alleen wordt ingezet waar die echt nodig is en altijd aanvullend is op hulpbronnen in het gewone leven. Betrokkenen zijn onder meer Hogeschool Windesheim, Hogeschool Utrecht, De Haagse Hogeschool, Rijksuniversiteit Groningen, het LUMC, de Nationale Jeugdraad, en de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Utrecht.

Tekst: Jessica Maas